Java en Ja­vaScript zijn twee fun­da­men­teel ver­schil­len­de talen met ver­schil­len­de be­na­de­rin­gen. Java is een veel­zij­di­ge taal die ge­com­pi­leerd moet worden, terwijl Ja­vaScript een ge­ïn­ter­pre­teer­de script­taal is.

Zijn er over­een­kom­sten tussen Java en Ja­vaScript?

Als je net bent begonnen met het on­der­zoe­ken van script­ta­len en web­pro­gram­meer­ta­len, of als je overweegt om te leren pro­gram­me­ren, ben je misschien al in aanraking gekomen met Java en Ja­vaScript. Op het eerste gezicht lijken deze talen op elkaar en gezien hun namen zouden ze misschien zelfs bij elkaar horen. Hoewel er een paar over­een­kom­sten zijn tussen de twee, wegen de ver­schil­len duidelijk zwaarder en bij nader inzien wordt het duidelijk dat ze absoluut niet bij elkaar horen. Op een gegeven moment zult u zich waar­schijn­lijk afvragen of u Java of Ja­vaScript nodig hebt voor uw project. Dit artikel kan u helpen deze vraag te be­ant­woor­den.

Over­een­kom­sten en ver­schil­len kort uitgelegd

Een ding dat Java en Ja­vaScript gemeen hebben, is het jaar waarin ze beide zijn uit­ge­bracht. Beide kwamen uit in 1995. Java is een ob­ject­ge­o­ri­ën­teer­de pro­gram­meer­taal die is ont­wik­keld door James Gosling en Patrick Naughton voor Sun Mi­cro­sys­tems en sinds 2009 eigendom is van Oracle. Java moet worden ge­com­pi­leerd. Hiervoor moet het door de Java Virtual Machine (JVM) worden geleid, die de code voor de be­tref­fen­de computer in­ter­pre­teert. De taal wordt voor­na­me­lijk gebruikt om ap­pli­ca­ties te maken die ver­vol­gens op computers of in browsers kunnen worden gebruikt. Java werkt plat­for­mon­af­han­ke­lijk, waardoor de code op vrijwel alle systemen kan worden uit­ge­voerd, mits de Java Runtime En­vi­ron­ment (JRE) wordt gebruikt.

Ja­vaScript daar­en­te­gen is een ob­ject­ge­o­ri­ën­teer­de script­taal die is ont­wik­keld door Brendan Eich. Het is ook eigendom van Oracle, maar in te­gen­stel­ling tot Java is het al sinds 1997 bij het bedrijf in gebruik. Het heette oor­spron­ke­lijk Li­ve­S­cript, maar werd in 1996 hernoemd om te pro­fi­te­ren van de po­pu­la­ri­teit van Java. Verder hebben Java en Ja­vaScript weinig gemeen. Aan­van­ke­lijk werd Ja­vaScript vooral gebruikt om in­ter­ac­tie­ve inhoud voor webpagina’s te maken. Te­gen­woor­dig wordt de taal ook op servers gebruikt. Ja­vaScript is een ge­ïn­ter­pre­teer­de taal, wat betekent dat het tijdens de uit­voe­ring van het programma wordt gelezen en vertaald. Het maakt geen deel uit van het Java-platform, maar is net als Java ge­deel­te­lijk gebaseerd op C.

Wat on­der­scheidt Java en Ja­vaScript van elkaar?

Het wordt al snel duidelijk dat Java en Ja­vaScript twee totaal ver­schil­len­de talen zijn met hun eigen be­na­de­rin­gen. In het volgende gedeelte zullen we de ver­schil­len in meer detail uitleggen.

Typen

Java is sterk getypeerd en statisch, terwijl Ja­vaScript zwak getypeerd en dynamisch is. Bij Ja­vaScript hoeven datatypes dus niet expliciet te worden benoemd bij het de­cla­re­ren van va­ri­a­be­len; in plaats daarvan vindt het typen plaats tijdens runtime. Bij Java is de situatie totaal anders. Hier wordt het datatype vooraf ge­con­tro­leerd en moet het expliciet worden vermeld bij het de­cla­re­ren van een variabele.

Ope­ra­ti­o­ne­le doel­ein­den

Java hanteert een veel bredere be­na­de­ring en is geschikt voor desktop- en ser­ver­toe­pas­sin­gen en voor ver­schil­len­de be­stu­rings­sys­te­men. Ja­vaScript daar­en­te­gen heeft een andere focus, die veel beperkter is. De taal wordt voor­na­me­lijk gebruikt voor toe­pas­sin­gen binnen web­brow­sers.

Be­drijfs­kwa­li­teit

Java kan zelf­stan­dig draaien. Hiervoor is de Java Virtual Machine (JVM) nodig, die ervoor zorgt dat een programma ook on­af­han­ke­lijk van andere ap­pli­ca­ties func­ti­o­neert. Ja­vaScript daar­en­te­gen is ingebed in HTML en heeft een browser nodig om te kunnen draaien.

Com­pi­le­ren

Voordat Java kan worden uit­ge­voerd, moet de code eerst worden ge­com­pi­leerd, d.w.z. vertaald naar binaire code, zodat deze ver­vol­gens door de Java Virtual Machine kan worden gelezen. Eventuele fouten in de syntaxis kunnen vooraf worden op­ge­spoord. Ver­vol­gens wordt de code uit­ge­voerd in een pakket met een Java Archive of met behulp van een Web Archive vanuit een virtuele machine of een web­con­tai­ner. Ja­vaScript, de script­taal, kiest een andere weg en ziet af van een compiler, maar geeft de voorkeur aan een in­ter­pre­ter. Deze voert de broncode direct uit en vertaalt deze niet vooraf naar ma­chi­ne­taal. Dit is typerend voor script­ta­len.

Toe­pas­sings­ge­bied

Beide talen zijn zeer uit­ge­breid dankzij talrijke fra­me­works en bi­bli­o­the­ken zoals Spring of Hibernate voor Java en jQuery of Node.js voor Ja­vaScript. De vereisten voor Java zijn echter iets uit­ge­brei­der. Naast de Java Virtual Machine moet ook de Java De­vel­op­ment Kit (JDK) op de computer zijn ge­ïn­stal­leerd. Alleen dan kunt u ap­pli­ca­ties ont­wik­ke­len, testen en uitvoeren. Ja­vaScript stelt in dit opzicht veel minder eisen. U kunt de code zelf maken in een con­ven­ti­o­ne­le tekst­edi­tor. Als u een programma wilt uitvoeren, hebt u alleen een browser nodig met een Ja­vaScript-plug-in.

Leercurve

Als u overweegt om een van beide talen te leren, bent u wellicht ge­ïn­te­res­seerd in hoe moeilijk het is om elke taal te leren. Ze zijn eigenlijk ongeveer gelijk, maar het zijn de vereisten die het verschil kunnen maken. Java is heel ge­mak­ke­lijk om mee te leren werken en heeft een zeer logische structuur. Fouten worden al vroeg tijdens het com­pi­le­ren op­ge­spoord en ver­oor­za­ken dus geen grote problemen. Als u echter ap­pli­ca­ties wilt opschalen of naar een ander systeem wilt over­zet­ten, vereist dit geduld en duurt het iets langer. Ja­vaScript is meestal vrij snel onder de knie te krijgen en wordt pas in­ge­wik­keld als u zich aan uit­ge­brei­de projecten wilt wagen.

Ob­jec­tori­ën­ta­tie

In principe zijn beide talen ob­ject­ge­o­ri­ën­teerd, terwijl Ja­vaScript ook op func­ti­o­ne­le of pro­ce­du­re­le wijze kan worden ge­pro­gram­meerd. Bovendien maakt de script­taal geen gebruik van klassen. Objecten worden daarom niet als klassen ge­ïn­stan­ti­eerd, maar bestaande objecten worden gekloond. Deze aanpak staat ook bekend als prototype-gebaseerd pro­gram­me­ren.

Syntaxis

De syntaxis van Java en Ja­vaScript lijkt op sommige vlakken sterk op elkaar. Een van de redenen hiervoor is dat de script­taal deels is ge­ïn­spi­reerd door zijn te­gen­han­ger. Java is echter voor­na­me­lijk gebaseerd op C, terwijl Ja­vaScript deels is gebaseerd op Python en andere talen. Als je beide talen recht­streeks met elkaar ver­ge­lijkt, zie je al snel de over­een­kom­sten en ver­schil­len.

Dit is een voorbeeld van code in Java:

// Example for Java
class Example {
    public static void main(String[] args) {
        System.out.println("Hello! This is what code in Java looks like.");
    }
}
java

Code in Ja­vaScript wordt bij­voor­beeld als volgt weer­ge­ge­ven in HTML:

<html lang="en">
<head>
    <meta charset="UTF-8">
    <title>JavaScript example</title>
    <script>
        alert("Hello! This is what code in JavaScript looks like.");
    </script>
</head>
<body>
</body>
</html>
html

Wat zijn de sterke en zwakke punten van Java?

Nu u weet waarin Java en Ja­vaScript van elkaar ver­schil­len, geven we u een kort overzicht van de in­di­vi­du­e­le sterke en zwakke punten van beide talen. We beginnen met de iets oudere taal.

De sterke punten van Java

  • On­af­han­ke­lijk­heid: Java is niet af­han­ke­lijk van bepaalde hardware en werkt zonder gebonden te zijn aan een specifiek platform. Dit maakt de taal zeer draagbaar, omdat alleen de Java Virtual Machine nodig is om te kunnen draaien. Mul­ti­th­rea­ding en ge­dis­tri­bu­eer­de computing zijn ook mogelijk met Java.
  • Veel­zij­dig­heid: Java is een zeer goede keuze voor tal van toe­pas­sings­ge­bie­den. Met deze taal kunnen software, websites, servers en vele andere toe­pas­sin­gen worden gemaakt.
  • Sta­bi­li­teit: Java wordt als zeer stabiel beschouwd. Dit komt enerzijds door de talrijke functies en updates, maar kan ook worden verklaard door de compiler en het feit dat fouten van tevoren worden ge­de­tec­teerd en kunnen worden verholpen.
  • Vei­lig­heid: Java is ook een zeer veilige oplossing. De Java Virtual Machine voorkomt on­ge­oor­loof­de toegang.
  • Hoge pro­gram­meer­taal: Java is een hoge pro­gram­meer­taal, dus het gebruikt termen als basis die ook voor mensen be­grij­pe­lijk zijn. Dit maakt het ge­mak­ke­lij­ker om aan de slag te gaan en betekent dat zelfs beginners de syntaxis relatief snel kunnen begrijpen.
  • Ob­jec­tori­ën­ta­tie: Dankzij de ob­ject­ge­o­ri­ën­teer­de aanpak van Java kunnen pro­gram­meurs code meerdere keren her­ge­brui­ken en aanpassen. Dit ver­een­vou­digt en verbetert de workflow.

De zwakke punten van Java

  • Pres­ta­ties: In ver­ge­lij­king met talen die geen compiler nodig hebben, is Java iets trager. Het helpt ook niet dat het au­to­ma­ti­sche ge­heu­gen­be­heer de snelheid ver­min­dert.
  • Prijs: Af­han­ke­lijk van de omvang van uw project kunnen de kosten be­hoor­lijk hoog oplopen. De stan­daar­dedi­tie is tegen betaling wanneer deze voor com­mer­ci­eel gebruik wordt ingezet.
  • Code: Hoewel de code voor mensen ge­mak­ke­lijk te begrijpen is, is deze ook veel uit­ge­brei­der in ver­ge­lij­king met sommige andere talen. Dit kan leiden tot lange regels code en de lees­baar­heid beperken.

Wat zijn de sterke en zwakke punten van Ja­vaScript?

De tweede optie in het duel tussen Java en Ja­vaScript heeft ook voor- en nadelen. Dit zijn de be­lang­rijk­ste om op te merken:

De sterke punten van Ja­vaScript

  • Snelheid: Het feit dat Ja­vaScript niet ge­com­pi­leerd hoeft te worden, maakt de taal erg snel. Het feit dat het in de browser draait en geen omweg via de server hoeft te maken, draagt bij aan de hoge snelheid. In ver­ge­lij­king met PHP en andere script­ta­len is Ja­vaScript absoluut de snelste.
  • Com­pa­ti­bi­li­teit: Java is com­pa­ti­bel met tal van andere talen, programma’s en systemen. Het is daarom mogelijk om de taal in een project te in­te­gre­ren en alleen voor bepaalde on­der­de­len te gebruiken. Het in­te­gre­ren van de taal is meestal niet al te moeilijk.
  • Veel­zij­dig­heid: Java toont zijn flexi­bi­li­teit door te com­mu­ni­ce­ren met andere ap­pli­ca­ties en in de ver­schil­len­de delen van een ap­pli­ca­tie. Of het nu gaat om websites, mobiele ont­wik­ke­ling of nu zelfs aan de ser­ver­zij­de, Ja­vaScript blijkt vaak een waar­de­vol­le optie te zijn.
  • Toe­pas­sings­ge­bied: Door talrijke bi­bli­o­the­ken en fra­me­works kan Ja­vaScript veel functies bieden en worden ge­op­ti­ma­li­seerd voor in­di­vi­du­e­le vereisten.

De zwakke punten van Ja­vaScript

  • Be­vei­li­ging: De Ja­vaScript-code is ook zichtbaar vanaf de client­zij­de. Dit betekent dat deze een toe­gangs­poort kan worden en dus een be­vei­li­gings­ri­si­co kan vormen. Pro­gram­meurs moeten daarom zeer voor­zich­tig zijn met welke in­for­ma­tie ze op internet zichtbaar maken.
  • Fout­op­spo­ring: Hoewel de niet-com­pi­ler­be­na­de­ring positieve effecten heeft op de snelheid, kan deze moei­lijk­he­den ver­oor­za­ken bij het opsporen van fouten. Als er problemen optreden, zijn deze meestal ernstiger en moei­lij­ker op te lossen.
  • In­ter­pre­ta­tie: Ver­schil­len­de browsers kunnen Ja­vaScript ook ver­schil­lend in­ter­pre­te­ren. Dit kan alleen worden voorkomen door uit­ge­breid te testen met ver­schil­len­de browsers. Enerzijds kost dit tijd en an­der­zijds is het niet altijd een veilige oplossing.

Wat zijn de toe­pas­sings­ge­bie­den van Java en Ja­vaScript?

Zoals u ziet, zijn er veel ver­schil­len tussen Java en Ja­vaScript. De twee talen hebben weinig gemeen, waardoor u zich misschien afvraagt welke taal voor welk gebruik wordt aan­be­vo­len. Ja­vaScript is een script­taal die het meest geschikt is voor web­si­te­ont­wik­ke­ling. U kunt ook op deze taal rekenen voor server-side ap­pli­ca­ties. Java is veel­zij­di­ger en geschikt voor onder andere be­stu­rings­sys­te­men, software, we­bap­pli­ca­ties, ser­ver­op­los­sin­gen en sys­teem­tools.

Ga naar hoofdmenu