plot() in R is een veel­zij­di­ge functie die ver­schil­len­de soorten grafieken on­der­steunt, waaronder sprei­dings­di­a­gram­men, lijn- en staaf­di­a­gram­men, his­to­gram­men, boxplots en meer.

Hoe werkt plot() in R?

De functie plot() in R wordt gebruikt om grafieken te maken. Deze functie plaatst ge­ge­vens­pun­ten op een co­ör­di­na­ten­vlak en verbindt ze met elkaar of markeert ze op ver­schil­len­de manieren. Zo kunt u patronen en relaties in gegevens il­lu­stre­ren en trends of af­wij­kin­gen beter iden­ti­fi­ce­ren.

plot() kan scat­ter­plots, lijn- en staaf­di­a­gram­men, his­to­gram­men en vele andere soorten grafieken maken. Dankzij zijn veel­zij­dig­heid wordt het gebruikt voor da­ta­vi­su­a­li­sa­tie in ver­schil­len­de contexten, variërend van data-analyse tot het pre­sen­te­ren van re­sul­ta­ten. Zijn ge­bruiks­vrien­de­lijk­heid en flexi­bi­li­teit maken het een be­lang­rijk hulp­mid­del voor iedereen die data ana­ly­seert, met sta­tis­tie­ken werkt of complexe datasets wil il­lu­stre­ren.

Wat is de syntaxis van plot() in R?

De structuur van de functie plot() in R bevat ar­gu­men­ten voor x- en y-as­ge­ge­vens en optionele ar­gu­men­ten voor het aanpassen van het uiterlijk van de grafiek, waaronder kleuren, aslabels en gra­fiek­ty­pen.

De ba­sis­syn­taxis ziet er als volgt uit:

plot(x, y, ...)
R

In het volgende voorbeeld zetten we de waarden van de vectoren x en y in een sprei­dings­di­a­gram. De functie plot() gebruikt stan­daard­waar­den voor het gra­fiek­ty­pe, de kleuren en de aslabels, omdat deze ar­gu­men­ten niet zijn ingevuld.

x <- c(1, 2, 3, 4, 5)
y <- c(2, 4, 1, 7, 3)
plot(x, y)
R

De re­sul­te­ren­de grafiek ziet er als volgt uit:

Afbeelding: Scatter plot made with plot() in R
Scatter plot made with plot() in R

Hoe grafieken aanpassen met R plot()

Je kunt het gra­fiek­ty­pe en het uiterlijk ervan aanpassen met extra ar­gu­men­ten in de functie plot() in R.

Hoe maak je een reeks punten?

Met de operator : kunt u eenvoudig een reeks punten langs de x- en y-as maken.

plot(1:20)
R

De grafiek ziet er als volgt uit:

Afbeelding: Sequence of points made with plot() in R
Sequence of points made with plot() in R

Zoals we kunnen zien, maakt plot(1:20) een een­vou­di­ge sprei­dings­plot waarbij zowel de x-as als de y-as au­to­ma­tisch worden gevuld met de waarden 1 tot 20.

Hoe trek je een lijn?

Als u liever een lijn­gra­fiek hebt dan een sprei­dings­di­a­gram, voert u gewoon type=l in als argument. Hierdoor wordt het gra­fiek­ty­pe ge­de­fi­ni­eerd als**‘Lijn**’.

plot(1:20, type="l")
R

Er wordt dan een lijn getrokken tussen de punten.

Afbeelding: Line graph made with plot() in R
Line graph made with plot() in R

Hoe labels spe­ci­fi­ce­ren

U kunt labels toevoegen aan de grafiek met de pa­ra­me­ters main, xlab en ylab.

plot(1:20, type="l", main="Line Chart", xlab="The x-axis", ylab="The y axis")
R

Het resultaat ziet er als volgt uit:

Afbeelding: Labels on a graph made with plot() in R
R graph with labels

Hoe u het uiterlijk van de grafiek kunt wijzigen

Laten we nu eens kijken naar een complexer voorbeeld, waarbij we de kleur, grootte en vorm van de punten in de grafiek ver­an­de­ren.

plot(1:20, type = "p", col = "green", pch = 8, cex = 1.5, main = "Scatterplot", xlab = "The x-axis", ylab = "The y-axis")
R

De re­sul­te­ren­de grafiek ziet er als volgt uit:

Afbeelding: Customising the appearance of a graph made with plot()
Cus­to­mi­s­ing the ap­pe­a­ran­ce of a graph made with plot()
  • type = "p": Stelt het plottype in op ‘punten’
  • col = "green": Stelt de kleur in op groen
  • pch = 8: Stelt het symbool voor de punten in
  • cex = 1.5 : Stelt de grootte van de punten in op 1,5 keer groter dan standaard
  • `main = “Scat­ter­plot”: Stelt ‘Scat­ter­plot’ in als titel van de grafiek
  • xlab = "The x-axis" en ylab = "The y-axis": Voegt labels toe aan de x- en y-as

U kunt deze pa­ra­me­ters naar wens aanpassen om een af­beel­ding te krijgen die aan uw behoeften voldoet.

Ga naar hoofdmenu