vCPU’s zijn ge­vir­tu­a­li­seer­de versies van fysieke CPU’s en een ele­men­tair onderdeel van cloud computing. Een groot voordeel van deze ge­vir­tu­a­li­seer­de re­ken­units is hun goede schaal­baar­heid, waardoor ze een be­lang­rij­ke rol spelen in cloud­hos­ting.

Wat doet een vCPU?

Een vCPU (Virtual Central Pro­ces­sing Unit) is de ge­vir­tu­a­li­seer­de variant van een fysieke CPU. Met andere woorden, vCPU’s zijn de centrale be­stu­rings­een­he­den in virtuele machines (VM’s) en cloudom­ge­vin­gen. De huidige multi-co­re­pro­ces­sors kunnen niet alleen als één vCPU worden gebruikt, maar ook als basis voor meerdere virtuele CPU’s. Het aantal po­ten­ti­ë­le vCPU’s is niet gekoppeld aan het aantal cores en threads (zie mul­ti­th­rea­ding), maar aan het resultaat van de volgende be­re­ke­ning:

(Threads x Cores) x Aantal fysieke CPU’s = Aantal vCPU’s

vCPU’s zijn software-im­ple­men­ta­ties van fysieke sjablonen, die door het be­stu­rings­sys­teem worden gezien als echte pro­cess­or­ker­nen. Elke virtuele machine heeft minimaal één vCPU nodig. Af­han­ke­lijk van het scenario kunnen er echter ook meerdere virtuele centrale ver­wer­kings­een­he­den worden toe­ge­we­zen indien nodig.

Wat zijn de voordelen van vCPU’s?

Virtuele CPU’s hebben een aantal be­lang­rij­ke voordelen ten opzichte van hun fysieke te­gen­han­gers. De be­lang­rijk­ste voordelen zijn:

  • verhoogde schaal­baar­heid
  • ver­be­ter­de ef­fi­ci­ën­tie
  • verhoogde flexi­bi­li­teit
  • lagere kosten

Wat ook geweldig is aan vir­tu­a­li­sa­tie, is de uit­ste­ken­de schaal­baar­heid van hard­wa­re­bron­nen. De vCPU’s die in een virtuele machine worden gebruikt, kunnen bij­voor­beeld afkomstig zijn van ver­schil­len­de fysieke hosts. Dit betekent dat de pro­ces­sor­pres­ta­ties eenvoudig kunnen worden op­ge­schaald naarmate de werklast toeneemt.

Als vCPU’s niet langer nodig zijn, kunnen ze eenvoudig worden gebruikt voor andere VM’s. Dit is met name waardevol voor hos­ting­pro­vi­ders, omdat de on­der­lig­gen­de in­fra­struc­tuur op een bijzonder ef­fi­ci­ën­te manier tussen klanten kan worden verdeeld. Ge­brui­kers pro­fi­te­ren hier ook van doordat zede behoefte aan vCPU’s flexibel kunnenaanpassen. Aangezien er geen vaste hard­wa­re­con­fi­gu­ra­tie is, is het een­vou­di­ger om de pro­cess­or­kracht voor cloud­ser­vers of virtuele pri­vé­ser­vers te vergroten of te ver­klei­nen.

De ef­fi­ci­ën­tie en schaal­baar­heid van een vCPU is ook voordelig als het gaat om kosten. Ver­schil­len­de be­stu­rings­sys­te­men, inclusief de bij­be­ho­ren­de ap­pli­ca­tie­soft­wa­re, kunnen op basis van één enkel host­sys­teem worden uit­ge­voerd. Dit betekent dat de be­schik­ba­re re­ken­kracht optimaal wordt benut en dat in veel gevallen minder extra hardware nodig is.

Tip

Meer in­for­ma­tie over de ver­schil­len tussen ge­vir­tu­a­li­seer­de en fysieke centrale ver­wer­kings­een­he­den vindt u in ons artikel‘CPU vs. vCPU’.

Wanneer worden vCPU’s gebruikt?

vCPU’s zijn es­sen­ti­eel voor het func­ti­o­ne­ren van cloud computing. Wanneer hardware en software in de cloud be­schik­baar worden gesteld, worden virtuele re­ken­units gebruikt. Deze worden bij­voor­beeld gebruikt als onderdeel van cloud­op­slag, ser­ver­hos­ting of bij het gebruik van een cloud-pc zoals Windows 365. Hoeveel vCPU’s er daad­wer­ke­lijk nodig zijn, hangt af van uw werklast. In veel scenario’s zijn één tot twee vCPU’s voldoende. Voor veel­ei­sen­de­re workloads, zoals een database, e-mail- of ga­me­ser­ver, zijn de vereisten hoger. Dit is ook het geval bij het gebruik van fysieke com­pu­ter­een­he­den.

Con­tai­ner­plat­forms zoals Docker zijn een ander type vir­tu­a­li­sa­tie­tech­no­lo­gie dat ge­bruik­maakt van vCPU’s. In te­gen­stel­ling tot virtuele machines, waarbij volledig func­ti­o­ne­le systemen worden ge­vir­tu­a­li­seerd, vir­tu­a­li­se­ren con­tai­ner­plat­forms alleen in­di­vi­du­e­le ap­pli­ca­ties.

Hoe bereken je de benodigde vCPU?

De grote uitdaging in een ge­vir­tu­a­li­seer­de omgeving is om voldoende vCPU’s te bieden zonder re­ken­kracht te ver­spil­len. Om te bepalen hoeveel vCPU’s u nodig hebt, kunt u het aantal fysieke cores dat u nodig zou hebben als re­fe­ren­tie gebruiken. Als de software (vergeet het be­stu­rings­sys­teem niet) bij­voor­beeld acht fysieke cores vereist, moet u acht vCPU’s toewijzen aan de virtuele omgeving.

Als de vereisten later toenemen omdat u meer ap­pli­ca­ties te­ge­lij­ker­tijd gaat uitvoeren of het project complexer wordt, kunt u eenvoudig het aantal vCPU’s verhogen. Wanneer de vereisten afnemen, verlaagt u gewoon het aantal vCPU’s.

Voor re­ken­in­ten­sie­ve workloads is het ook cruciaal dat vCPU’s worden toe­ge­we­zen aan ver­schil­len­de fysieke CPU’s. Als u bij­voor­beeld hardware hebt met een dual-core CPU (2 fysieke en 4 logische cores) als uit­gangs­punt, moet u de vier logische cores als volgt verdelen voor optimale pres­ta­ties:

  • U wijst logische kern 0 en logische kern 2 toe aan de eerste virtuele machine. Dit zijn de eerste kernen van de dual-core CPU’s die fysiek zijn ge­ïn­stal­leerd. De be­schik­baar gestelde resources moeten voldoende zijn om de workload uit te voeren.
  • On­der­tus­sen kunt u logische kern 1 en logische kern 3 (de tweede kernen van de fysieke dual-core CPU’s) gebruiken voor een tweede virtuele machine voor workloads die geen hoge eisen stellen, bij­voor­beeld een DNS-server.
Ga naar hoofdmenu